Steun deze site. Koop via deze links: Nederlandstalige bierboeken, Engelstalige bierboeken, een bierig artikel of een ander artikel van Bol.com
Het kost je niets extra.

koken & tafelen algemeen

 

 

 

 

mail info@hobbybrouwen.nl

Hoprendement, deel 2


In de vorige aflevering van dit artikel heb ik beschreven van welke factoren het hoprendement afhankelijk is. In deze aflevering zal ingegaan worden op de wijze van berekening van de hoeveelheid bitterstoffen die in het uiteindelijke bier terecht komen.

EBU

De bitterheid van een bier wordt professioneel uitgedrukt in bittereenheden. Eén bittereenheid staat gelijk aan 1 mg iso-alfazuur per liter bier. In de vakliteratuur zien we de afkortingen EBU en IBU gebruikt worden. EBU staat voor European bitter unit en IBU voor International bitter unit. Welke afkorting je gebruikt maakt eigenlijk niet uit, met de verschillende afkortingen wordt hetzelfde bedoeld. Wij Eurpeanen gebruiken echter een iets andere analysemethode dan de Amerikanen voor het bepalen van de concentratie aan iso-alfazuren, zodat er hele kleine verschillen in waarden kunnen bestaan tussen EBU en IBU. In het vervolg van dit artikel zal ik het steeds hebben over EBU, per slot van rekening wordt dit blad gelezen door Europeanen.
Milligrammen per liter wat zegt dat nu? Om daar een idee van te krijgen is hieronder een tabel opgenomen met een beschrijving van de bitterheid die je mag verwachten bij een bepaalde EBU-waarde.
Beschrijving bitterheid    EBU-waarden

weinig bitter              5 -20
bitterig                   20- 30
bitter                     30 - 40
zeer bitter                >40

Bitterstoffen

De EBU-waarde zegt niet alles over de bitterheid zoals je die ervaart. Er zijn meer stoffen in bier die een bittere smaak kunnen geven. Met name moet je denken aan:

- sulfaten.
Deze kunnen al in het brouwwater zitten. Veel vaker worden ze in het brouwwater ingebracht door toevoeging van gips (CaSO4) of zwavelzuur (H2 SO4) om de pH van het beslag te corrigeren. Sulfaten geven een droge bittere smaak aan het bier. Ter correctie van de pH kun je in de regel veel beter melkzuur gebruiken;

- bitterstoffen uit de kaf van de mout.
Uit de kaf logen meer kleur-, looi- en bitterstoffen wanneer:

  • de mout fijn geschroot wordt;
  • je een langdurig maischschema aanhoudt;
  • de pH van het beslag boven 5,6 ligt;
  • het spoelwater te heet is (boven 80C) en/of een te hoge pH-waarde heeft (zuur zo nodig aan);
- bitterstoffen uit donkere moutsoorten.
Naarmate de mout donkerder is hebben zich tijdens het eesten meer bittere smaakcomponenten kunnen vormen;

- kruiden.
Bepaalde kruiden kunnen een ongekende bittere smaak geven. Zo brouwde ik onlangs een tarwebiertje, dat ik aankruidde met koriander en sinaasappelschilletjes. De schilletjes had ik gewonnen bij een loterij op de jaarlijkse feestavond van "De Roerstok". Tijdens het koken had ik een gedeelte van de schilletjes toegevoegd. Argeloos proefde ik wat van de schilletjes. Mijn hemel wat waren die bitter. Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan dat ik zo stom was geweest niet eerder de schilletjes te proeven. Het is geen slecht bier geworden maar wel veel en veel te bitter voor een tarwebiertje.
 

Evenwicht bitter-zoet

Een paar jaar geleden was ik de gegevens van de bieren die ingezonden waren bij Open Nederlandse Kampioenschappen voor Amateur-bierbrouwers aan het bestuderen. Ik kwam er achter dat de bieren die door de juryleden als zeer bitter werden beoordeeld niet de bieren waren die ook het sterkst gehopt waren. Ik ging verder op onderzoek uit en kwam er achter dat met name de vergistinggraad bepalend is voor de ervaring van de bitterheid. Degenen onder jullie die regelmatig koken zullen zich over dit verschijnsel niet verwonderen. Als je iets te veel azijn hebt toegevoegd bij de dressing van een salade kun je met wat suiker er voor zorgen dat het lijkt dat het azijn ook minder zuur is. Als je naar de pH-waarde kijkt dan zie je dat deze door de suikertoevoeging niet verandert.
Zware bieren hebben meer restsuikers. Dit gegeven in samenhang met het feit dat bij een zwaardere wort het rendement van de bitterstoffen lager ligt betekent dat je zware bieren aanzienlijk meer moet hoppen.
Tegenover de zoetigheid van onvergistbare suikers moet een bepaalde hoeveelheid bitterheid aanwezig zijn om een evenwichtig bier te krijgen. Quentin B. Smith heeft in het Amerikaanse blad Zymurgy een tabel gepubliceerd om aan te geven wat de verhouding dient te zijn tussen het begin SG en de EBU-waarde van het bier (1). Bedoelde tabel is bij dit artikel geplaatst.
Evenwichtig Bier
Begin SG    EBU
1010         4
1020         8
1030        12
1040        16
1050        24
1060        32
1070        40
1080        48
1090        56
1100        64

Biertype en EBU-waarde

De waarden in de tabel "Evenwichtig Bier" moet je zien als een richtlijn als je een bier gaat brouwen dat niet binnen een bestaand biertype past. Als je een biertje wilt gaan brouwen conform een bestaand biertype dan is het zaak de gebruikelijke EBU-waarde van het biertype goed in de gaten te houden. De bitterheid is één van de kenmerkende eigenschappen van een biertype. Andere factoren die je in ieder geval goed in de gaten moeten houden als je een imitatie van een commercieel bier wilt brouwen zijn de kleur, vergistinggraad en smaak.
Hieronder volgt een overzicht van de biertypes zoals deze onderscheiden zijn bij het laatste op 25 mei 1996 gehouden Open Kampioenschap voor Amateur-bierbrouwers met daarbij het begin SG en de EBU-waarden. De biertypes zijn per land van herkomst vermeld en gesorteerd oplopend naar EBU-waarde.
 
biertype begin SG EBU
Nederlandse types
Oud Bruin  1025-1035  15-20
Zomerbier  1040-1046  15-23
Pilsener (Ned. type)  1044-1050  18-30
Meibok (Ned. type)  1060-1070  20-25
Tarwebok  1060-1070  20-25
Bokbier  1060-1070  20-30
Winterbier  1070-1100  20-30
Dubbelbok  1070-1080  25-30
Belgische types
Geuze  1044-1056  11-22
Lambiek  1044-1056  11-22
Tarwebier  1044-1050  12-22
Fruitlambiek  1040-1070  15-21
Vlaams Bruin  1044-1056  15-25
Vlaams Versnijbier  1040-1050  15-25
Dubbel  1050-1070  17-25
Saison  1040-1070  18-30
Tripel  1060-1096  20-27
Pale Ale (Belgisch type)  1044-1054  20-30
Licht Hooggegist  1060-1080  20-40
Belgisch Amber-bruin Zwaar Bier  1060-1100  20-50
Engelse types
Engels Mild  1030-1038  10-24
Scotch ale  1035-1050  12-25
Engels Brown  1040-1050  15-25
Milk Stout  1046-1056  15-25
Pale Ale (Engels type)  1044-1056  20-40
Porter  1040-1060  20-40
Bitter  1033-1050  25-35
Strong Scotch Ale  1072-1085  25-35
Engels Strong Ale  1060-1080  30-40
Stout  1038-1048  30-40
Export Stout  1060-1090  30-60
India Pale Ale  1050-1070  40-60
Barley Wine  1090-1120  50-100
Duitse types
Berliner Weisse  1028-1032  3-6
Dunkelweizen  1048-1056  10-15
Weizen  1048-1056  10-15
Weizenbock  1066-1080  10-20
Helles Doppelbock  1074-1080  17-27
Bayerisch Dunkel  1044-1056  17-30
Münchner  1044-1052  18-25
Dunkel Doppelbock  1074-1080  19-30
Bock (Duits type)  1066-1074  20-30
Kölsch  1041-1046  20-30
Maibock (Duits type) / Helles Bock  1066-1070  20-35
Märzen  1052-1064  22-28
Dortmunder  1048-1056  23-29
Alt (Dusseldorf)  1044-1048  25-48
Pils (Duits type)  1044-1050  30-40

 

Proef altijd je bier

Het is voor mij eerlijk gezegd de vraag of je precies de EBU-waarden moet aanhouden zoals deze in de tabel zijn vermeld. De keurmeesters die het bier beoordelen tijdens wedstrijden beschikken net zo min als de makers van de bieren over analyse-apparatuur voor het bepalen van de bitterheid. Ze moeten het doen met hun (getrainde) smaakpapillen.
Zoals ik hiervoor heb uiteengezet wordt de bitterheid zoals die ervaren wordt bepaald door meer factoren dan alleen de concentratie aan iso-alfazuren in het bier. De in de tabel vermelde waarden kunnen een hulpmiddel voor je zijn bij het bepalen van de hoeveelheid hop die je moet toevoegen. Als je een bier precies wilt imiteren zul je altijd proefondervindelijk moeten vaststellen of de bitterheid van jouw bier overeenkomt met dat van het oorspronkelijke bier. Het is goed dit met meerdere proevers te doen. Ik denk niet dat jullie veel moeite zullen hebben met het vinden van kandidaten voor deze klus.
Er is nog een andere reden waarom je kritisch moet zijn ten aanzien van de vermelde EBU-waarden. Biertypes hebben de neiging te wijzigen in de tijd. Er is op dit moment duidelijk een tendens bieren minder sterk te hoppen dan in het verleden.
 

Berekeningsmethoden hoprendement

In de professionele literatuur voor brouwers vind je zo goed als geen informatie over het berekenen van het hoprendement. Naar mijn idee zijn daarvoor twee redenen. Ten eerste hebben onze professionele collega's veelal de beschikking over moderne analyseapparatuur waardoor ze de EBU eenvoudigweg kunnen meten. Ten tweede is het hanteren van een formule voor het bepalen van het hoprendement een hachelijke zaak. Er zijn te veel factoren die je als brouwer niet volledig in de hand hebt die het uiteindelijke resultaat bepalen.
Omdat er geen eenvoudige en goedkope analyseapparatuur voorhanden is, zijn wij amateur-bierbrouwers wel aangewezen op berekeningsformules hoe onbetrouwbaar deze ook zijn.
De meest eenvoudige berekening die je kunt uitvoeren in relatie tot de hopgift bestaat uit het vermenigvuldigen van aantal gram hop per 10 liter wort met het alfazuurpercentage van de hop. Op deze wijze bereken je de hoeveelheid milligram alfazuren die je per liter wort in het bier brengt. De formule van de berekening is:

formule 1

gr/10l * a% = Ta

gr/10l = het aantal gram toegevoegde hop per 10 liter wort

a% = alfazuurpercentage gebruikte hop

Ta = totale hoeveelheid ingebrachte milligrammen alfazuur per liter wort

Voorbeeld
Stel dat we 35 gram hop per 10 liter wort hebben gebruikt met een alfazuurpercentage van 3%.
De hoeveelheid ingebrachte milligrammen alfazuur per liter wort is dan 35 * 3 = 105 miligram.
De formule geeft alleen inzicht in de hoeveelheid alfazuren die je in het wort brengt. In het uiteindelijke bier zijn veel minder (iso)alfazuren aanwezig. Na het koken en afkoelen van het wort bevat deze ongeveer 50% van de toegevoegde alfazuren. Van deze 50% verdwijnt er nog eens zo'n 50% tijdens de gisting, zodat het hoprendement ongeveer 25% bedraagt (2). Hoe hoog het hoprendement precies is, is afhankelijk van de factoren die ik beschreven heb in het eerste deel van dit artikel.

In het door Carl Forget samengestelde boekje "Dictionary of Beer and Brewing" wordt uitgegaan van een hoprendement van 30% (3). Bij dit percentage zou rekening gehouden zijn met het afscheppen van hopharsen en het toevoegen van klaringsmiddelen.
In hun boek "Brew Classics European Beers at Home" gaan de Engelse schrijvers Graham Wheeler en Roger Protz uit van een gemiddeld rendement van slechts 20% (4). Ze baseren dat onder andere op de minder efficiënte methodes en technieken van amateur-bierbrouwers. Uitgaande van de kleine omvang van onze brouwsels zullen er inderdaad in verhouding wat meer bitterstoffen tijdens de gisting verloren gaan door afzetting aan de wand van het gistvat. Ook is het verwijderen van op het schuimdek aanwezige hopharsen in de amateurwereld geen ongebruikelijke praktijk. Verder gebruiken amateur-brouwers in de regel hopbloemen in plaats van hoppellets of hopextract. Tegenover deze factoren staat dat amateurs normaal gesproken geen klaringsmiddelen gebruiken en hun bieren niet filteren. Alle andere factoren gaan naar mijn idee in gelijke mate op voor professionals als amateurs. Of Graham en Roger het aan het juiste eind hebben met hun aanname is voor mij dan ook zeer de vraag. Op één punt hebben bedoelde schrijvers volgens mij wel gelijk, namelijk dat professionele brouwers hop gebruiken die beter wordt bewaard en daardoor van betere kwaliteit is. Door oxidatie kan het alfazuurpercentage drastisch verminderen. In het eerste deel van dit artikel heb ik hierop uitvoerig gewezen. Ik heb daarbij onder andere geschreven dat de hoogte van het verlies aan alfazuren bij gelijke bewaaromstandigheden afhankelijk is van de hopsoort. Onlangs maakte ik uit een in Brauwelt gepubliceerd artikel op dat het verlies aan alfazuren bij een bepaalde hopsoort óók van jaar tot jaar kan verschillen (5).
Als we weten hoe hoog het hoprendement is kunnen we het aantal EBU berekenen dat een bier heeft. We gebruiken daarvoor de volgende formule:

formule 2

EBU = gr/10l * a% * HR

EBU = European Bitter Unit

HR = hoprendement

Voorbeeld
Stel dat we 20 gram hop per 10 liter wort hebben gebruikt met een alfazuurpercentage van 4,5% en dat het hoprendement 25% bedraagt.
De EBU-waarde van het bier is dan 20 * 4,5 * 0,25 = 22,5
 

Ingewikkelder

Als je uitgaat van een vast hoprendement kun je dus op eenvoudige wijze de EBU-waarde uitrekenen met behulp van de laatste formule. We hebben echter in het eerste deel van dit artikel gezien dat het hoprendement afhankelijk is van een groot aantal factoren. Het aanhouden van een vaste waarde voor het hoprendement doet de werkelijkheid in ernstige mate geweld aan. Mark Garetz, schrijver van het boekje "Using Hops" en leverancier van hop voor de Amerikaanse zelfbrouwers heeft dit ook ingezien en heeft een zeer uitvoerige en ingewikkelde berekeningsmethode ontwikkeld voor het hoprendement (6). Bij zijn formule houdt Mark rekening met de volgende factoren:
  1. het verschil tussen het volume van het wort voor en na het koken (voor het geval dat het wort verdund wordt na het koken);
  2. het soortelijk gewicht van het wort bij het koken;
  3. de hoogte van de hopgift;
  4. de kooktemperatuur (deze is afhankelijk van het aantal meters boven het zeeniveau en in Nederland en België niet relevant);
  5. de kookduur;
  6. het uitvlokkingvermogen van de gist;
  7. het al dan niet gebruiken van hoppellets;
  8. het al dan niet gebruiken van een hopzak;
  9. het al dan niet filteren van het bier.
De filosofie van Mark achter zijn formule is dat naarmate je meer factoren in de berekening stopt de uitkomst de werkelijkheid meer benaderd. Tegen deze gedachtegang op zich is weinig in te brengen. Bij de formule van Mark zijn echter een aantal zaken niet betrokken zoals de pH-waarde van het wort en het uitvlokken van eiwitten. Met name de laatste factor is van zeer grote betekenis (7 en 8). Het is echter voor amateur-bierbrouwers uitgesloten op eenvoudige wijze de hoeveelheid uitgevlokte eiwitten te bepalen. We leggen meestal niet zulke grote voorraden mout aan dat we een heel brouwseizoen met dezelfde mout kunnen brouwen om zo de eigenschappen ervan volledig te leren kennen. Of er nu veel of weinig eiwitten zullen uitvlokken is elke keer weer de vraag.
Naar mijn idee zou je op grond van de uitgebreidheid van de formule van Mark het idee kunnen krijgen dat de formule met alle factoren rekening heeft gehouden hetgeen dus niet het geval is. In mijn kritiek op de formule sta ik niet alleen. Glenn Tinseth heeft in een bespreking van het boek "Using Hops" in het Amerikaanse blad Brewing Techniques ook zijn bedenkingen naar voren gebracht (9). Glenn is een ervaren amateur-brouwer die heel veel informatie heeft verzameld over hop; op Internet beheert hij een interessante pagina over hop (10). Naar het idee van Glenn is de formule van Mark onvoldoende gestaafd aan de praktijk van amateur-bouwers en ontbreken ten onrechte referenties in het boek zodat niet te achterhalen is waar Mark zijn wijsheid vandaan heeft gehaald.
De kritiek van Glenn is niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat ook hij een berekeningswijze heeft ontwikkeld voor het benaderen van de EBU-waarde van een bier (11). Ten behoeve van zijn formule heeft hij een tabel gemaakt waarbij het "decimaal hoprendement" gerelateerd is aan de kooktijd en het begin SG. Het door Glenn geïntroduceerde begrip "decimaal hoprendement" is in feite niet anders dan het hoprendement gedeeld door 100.
Decimaal hoprendement in relatie tot de kooktijd en begin SG
Kook-
tijd
(min.) Begin SG
       1030    1040   1050   1060   1070   1080   1090   1100   1110
0      0,000   0,000  0,000  0,000  0,000  0,000  0,000  0,000  0,000
3      0,034   0,031  0,029  0,026  0,024  0,022  0,020  0,018  0,017
6      0,065   0,059  0,054  0,049  0,045  0,041  0,038  0,035  0,032
9      0,092   0,084  0,077  0,070  0,064  0,059  0,054  0,049  0,045
12     0,116   0,106  0,097  0,088  0,081  0,074  0,068  0,062  0,056
15     0,137   0,125  0,114  0,105  0,096  0,087  0,080  0,073  0,067
18     0,156   0,142  0,130  0,119  0,109  0,099  0,091  0,083  0,076
21     0,173   0,158  0,144  0,132  0,120  0,110  0,101  0,092  0,084
24     0,187   0,171  0,157  0,143  0,131  0,120  0,109  0,100  0,091
27     0,201   0,183  0,168  0,153  0,140  0,128  0,117  0,107  0,098
30     0,212   0,194  0,177  0,162  0,148  0,135  0,124  0,113  0,103
33     0,223   0,203  0,186  0,170  0,155  0,142  0,130  0,119  0,108
36     0,232   0,212  0,194  0,177  0,162  0,148  0,135  0,124  0,113
39     0,240   0,219  0,200  0,183  0,167  0,153  0,140  0,128  0,117
42     0,247   0,226  0,206  0,189  0,172  0,158  0,144  0,132  0,120
45     0,253   0,232  0,212  0,194  0,177  0,162  0,148  0,135  0,123
48     0,259   0,237  0,216  0,198  0,181  0,165  0,151  0,138  0,126
51     0,264   0,241  0,221  0,202  0,184  0,169  0,154  0,141  0,129
54     0,269   0,246  0,224  0,205  0,188  0,171  0,157  0,143  0,131
57     0,273   0,249  0,228  0,208  0,190  0,174  0,159  0,145  0,133
60     0,276   0,252  0,231  0,211  0,193  0,176  0,161  0,147  0,135
70     0,285   0,261  0,238  0,218  0,199  0,182  0,166  0,152  0,139
80     0,291   0,266  0,243  0,222  0,203  0,186  0,170  0,155  0,142
90     0,295   0,270  0,247  0,226  0,206  0,188  0,172  0,157  0,144
120    0,301   0,275  0,252  0,230  0,210  0,192  0,176  0,161  0,147
Met behulp van de tabel is de formule van Glenn verrassend eenvoudig:

formule 3

EBU = gr/10l * a% * DHR

DHR = decimaal hoprendement

Voorbeeld
Stel je hebt 35 liter wort met een SG van 1060 die je gedurende 60 minuten gekookt hebt met 150 gram hop met een alfazuurpercentage van 3,2%. De EBU-waarde van het uiteindelijke bier zal dan zijn: (150/3,5) * 3,2 * 0,211 = 28,9.

Veel amateur-brouwers voegen de hop in etappes toe. In dat geval reken je voor elke hopgift de EBU-waarde uit en tel je de uitkomsten eenvoudig bij elkaar op.

Voorbeeld
Stel je hebt 25 liter wort met een SG van 1075. Het wort kookt in totaal 90 minuten. De hop wordt in drie etappes toegevoegd te weten:

40 gram hop met een alfazuurpercentage van 8% bij het begin van het koken;

30 gram hop met een alfazuurpercentage van 5% na 30 minuten koken;

20 gram hop met een alfazuurpercentage van 2,5% 10 minuten voor het einde van het koken.

De EBU-waarde van het uiteindelijke bier zal dan zijn:
 
 

(40/2,5) * 8 * 0,216 = 27,6

(30/2,5) * 5 * 0,202 = 12,1

(20/2,5) * 2,5 * 0,067 = 1,3

------

totaal 41,0

De uitkomsten van de formule heeft Glenn gecontroleerd aan de hand van zijn eigen brouwsels. De formule bleek zeer betrouwbaar te zijn. Toch kan de uitkomst volgens mij niet anders zijn dan een benadering van de werkelijkheid. Er zijn gewoon teveel factoren die het hoprendement bepalen. Zo is de tabel "Decimaal hoprendement in relatie tot kooktijd en begin SG" geoptimaliseerd voor het gebruik van hopbloemen. Als je hoppellets gebruikt moet je rekening houden met een hoger hoprendement.
 

Het uitrekenen van de hoeveelheid benodigde hop

Als je een bier wilt imiteren zul je op een bepaalde EBU-waarde willen uitkomen. Om te berekenen hoeveel hop je moet toevoegen moeten we formule 3 herschrijven.

formule 4

gr/10l = EBU / (a% * DHR)

Voorbeeld
Stel dat we een 40 liter tripel willen brouwen met een EBU-waarde van 25 en dat we een hop hebben met een alfazuurpercentage van 3,2. We hebben een wort met een SG van 1080. De hoeveelheid hop die we dan nodig hebben is dan: (25 / (3,2 * 0,176)) * 4 = 178 gram.

Als je de hop in meerdere etappes wilt toevoegen dan moet je voor jezelf bepalen voor welk percentage je de verschillende hopgiften verantwoordelijk wilt maken voor de uiteindelijke bitterheid. Als je maar twee hopgiften wilt doen en de laatste wordt gegeven 10 minuten of minder voor het einde van het koken dat kun je de bijdrage aan de bitterheid door de laatste hopgift verwaarlozen.

Voorbeeld
Stel je wilt 20 liter stout brouwen met een begin SG van 1045 en een EBU-waarde van 40. Het wort laat je in totaal 90 minuten koken. De hop die je gebruikt heeft een alfapercentages van 6,5%. Bij een eerste hopgift aan het begin van het koken wil je 80% van de totale bitterheid geven. Een tweede hopgift op de helft van de kooktijd zal de resterende 20% moeten geven.

Eerste hopgift. 80% van 40 = 32. De hoeveelheid hop die je moet geven is: 32 / (6,5 * 0,259) * 2 = 38,1 gram.

Tweede hopgift. 20% van 40 = 8. De hoeveelheid hop die je moet geven is: 8 / (6,5 * 0,222) * 2 = 11,1 gram.
 

Slotopmerking

Het is allemaal even wennen dat rekenen maar het kan er toe leiden dat jouw brouwsel meer het gewenste resultaat oplevert. Het is nu eenmaal niet iedereen gegeven om met "een handje hop" een prijswinnend bier te brouwen.
 

Referenties

  1. Quentin B. Smith, Matching Hops with Beer Styles, Zymurgy, Hops and Beer Special Issue, Brewers Publications, Boulder, Colorado, USA, 1990.
  2. Ir. Frank Weustenraed, Technologie Brouwerij en Mouterij, Deel III: Wort, Hoger Technisch Instituut Sint-Lieven Gent, 1983.
  3. Carl Forget, Dictionary of Beer and Brewing, Brewers Publications, Boulder, Colorado, USA, 1988.
  4. Graham Wheeler en Roger Protz, Brew Classic European Beers at Home, Camra Books, St Albans, UK, 1995.
  5. Snellere Abbau der Alpha-Säuren bei der Hopfenlagerung, Brauwelt nr. 17-18/96, Verlag Hans Carl, Nürnberg.
  6. Mark Garetz, Using hops, The Complete Guide to Hops for the Craft Brewer, HopTech Dabville USA 1994.
  7. Prof. Ludwig Narziß, Abriß der Bierbrauerei, Ferdinand Enke Verlag Stuttgart, 5e druk 1986.
  8. Dr.-Ing Karl-Ullrich Heyse, Handbuch der Brauerei-Praxis, Verlag Hans Carl Nürnberg, 1989.
  9. Glenn Tinseth, Book Review - Using Hops: The Complete Guide to Hops for the Craft Brewer, BrewingTechniques, New Wine Press Oregon USA, September/October 1994, vol. 2, no. 5.
  10. Glenn Tinseth, Glenn Tenseth Hop Page, Internet, URL=http://www.teleport.com/~gtinseth/.
  11. Norm Pyle, Norm Pyle's Hops FAQ, Internet, URL=http://realbeer.com/hops/FAQ.html.

Eerdere publicatie

Dit artikel is eerder gepubliceerd geweest in het het vakblad voor de amateur wijn-, bier- en likeurmaker en verwante hobby's Proost, nr. 17, september/oktober 1996.